Wonen langs het Ooster- en Westerdiep
Wildervank dankt zijn naam aan Adriaan Geerts Wildervanck, een vervener en grootgrondbezitter die rond 1649 die naam aannam. Hij liet twee kanalen graven, het Oosterdiep en het Westerdiep, die rond 1652 grotendeels klaar waren. Tussen de twee diepen kwam een smalle strook met woonhuizen, winkeltjes en werkplaatsen; aan de stille buitenkanten stonden de boerderijen. Tot 1969 was Wildervank een eigen gemeente, sindsdien hoort het dorp bij Veendam.
In de negentiende eeuw bracht de veenkoloniale scheepvaart geld in het dorp: in 1860 telde Wildervank 91 zeeschepen. Later kwamen er strokarton- en aardappelmeelfabrieken. Aan het Oosterdiep verrezen herenhuizen in klassieke stijl, terwijl het naar het zuiden en aan het Westerdiep eenvoudiger bleef, met arbeiderswoningen en boerderijen.
Sinds 2007 is het Oosterdiep tussen de Hazepadbrug in Veendam en de Meihuizenbrug in Wildervank beschermd stadsgezicht. Na de oorlog groeide het dorp aan de noordkant, vanaf de jaren negentig met Langebosch en later met Woellust. Toch is van de zo'n 2.500 woningen nog bijna een derde van vóór 1945, en 45 procent staat vrij (CBS).