Assen, van kloosterdorp tot provinciehoofdstad
Assen begon in 1259, toen het nonnenklooster Maria in Campis van Coevorden naar een zandrug op de plek van het huidige centrum verhuisde. Na de opheffing van het klooster in 1602 vergaderde het Drentse bestuur in het hoofdgebouw, en daaromheen groeide een nederzetting. Op last van Lodewijk Napoleon werd Assen in 1807 een zelfstandige gemeente en in 1809 een stad; in 1814 werd het de hoofdstad van Drenthe.
Lang bleef Assen klein: in 1900 woonden er nog geen 6.000 mensen, in 1940 ongeveer 22.000. Daarna ging het snel. Over het spoor ontstond Assen-Oost, gevolgd door de Lariks en Noorderpark, Pittelo en begin jaren zeventig Assen-West. In de jaren tachtig en negentig kwamen Peelo en Marsdijk, en vanaf 1997 Kloosterveen. Nu telt de gemeente ruim 70.000 inwoners.
Van de ruim 33.000 woningen is maar 8 procent ouder dan 1945. Rij- en hoekwoningen vormen samen bijna de helft van de voorraad, appartementen bijna een derde, en ongeveer zes op de tien woningen zijn koopwoningen (CBS, via allecijfers.nl).